2024_juni_recreatiewoning

NVM: Recreatiewoningmarkt in evenwicht, maar regionale verschillen nemen sterk toe

De Nederlandse markt voor recreatiewoningen laat in 2025 een gemengd beeld zien. Het aantal transacties stijgt licht, prijzen stabiliseren en het aanbod groeit naar een niveau dat de markt in evenwicht brengt.

Tegelijkertijd zorgen fiscale wijzigingen en onzekerheid over regelgeving voor terughoudendheid bij kopers en verkopers. Regionaal lopen de ontwikkelingen daarbij steeds verder uiteen. Dat blijkt uit het rapport De Nederlandse markt voor recreatiewoningen – jaaroverzicht 2025 van NVM en datadochter brainbay.

In 2025 werden 4.273 recreatiewoningen verkocht, een stijging van 2,9% ten opzichte van een jaar eerder. De gemiddelde verkoopprijs bleef vrijwel stabiel op circa €247.000. Over een periode van vijf jaar zijn recreatiewoningen gemiddeld echter wel circa 40 procent duurder geworden. “De recreatiewoningmarkt is duidelijk een fase ingegaan waarin vraag en aanbod meer in balans komen,” zegt Anneke Haak-Bronsema, bestuurslid NVM Wonen. “Maar onder de oppervlakte zien we grote verschillen per regio ontstaan. Dat maakt deze markt minder voorspelbaar dan ooit.”

Meer aanbod, minder overbiedingen

Tegelijkertijd nam het aanbod in 2025 fors toe: er werden meer dan 2.700 recreatiewoningen te koop gezet via een NVM-makelaar. Dat is het hoogste aantal in 15 jaar tijd. Kopers hebben hierdoor meer keuze en betalen gemiddeld 3,4% onder de vraagprijs. Het bieden boven de vraagprijs is bij recreatiewoningen minder gebruikelijk. Slechts bij 15 procent van de aankopen werd overboden. Daarbij werden deze recreatiewoningen gemiddeld in 84 dagen verkocht; een stuk langer dan de gemiddeld 32 dagen bij bestaande koopwoningen. Na jaren van krapte beweegt de markt naar meer evenwicht. “Het is geen oververhitte markt meer,” aldus Haak-Bronsema. “Kopers nemen weer de tijd en onderhandelen scherper. Dat is gezond, maar vraagt ook realisme van verkopers.”

Markt verschuift van belegging naar gebruik

De markt wordt sterk beïnvloed door wijzigingen in box 3, hogere btw op verhuur en stijgende lasten. Vooral beleggers haken vaker af, terwijl particuliere kopers kritischer worden. De vraag verschuift zichtbaar van beleggers naar particulieren kopers die de woning zelf (deels) willen gebruiken. “De recreatiewoning wordt weer vaker gekocht vanuit emotie en gebruik, minder vanuit rendement,” aldus Haak-Bronsema. “Dat maakt de markt stabieler, maar ook minder speculatief.” Veel particuliere kopers financieren de aankoop met eigen vermogen. Driekwart van deze kopers heeft geen hypotheek nodig.

Permanente bewoning

Daarnaast speelt de discussie over permanente bewoning van recreatiewoningen. Die zorgt vooral voor onzekerheid en een afwachtende houding in de markt. Volgens NVM vraagt het vraagstuk rond permanente bewoning nadrukkelijk om maatwerk van betrokken lokale overheden. “De recreatiewoning wordt steeds vaker onderwerp van beleid,” zegt Haak-Bronsema. “Dat maakt het speelveld complexer. Duidelijkheid vanuit de overheid is essentieel om vertrouwen te behouden.”

Regionale verschillen domineren de markt

De landelijke cijfers verhullen grote regionale contrasten. De recreatiewoningmarkt ontwikkelt zich steeds meer als een verzameling van regionale deelmarkten.

Drenthe en Twente/Salland: sterke groeiers

Drenthe kende met 435 verkopen de grootste stijging in transacties (+109 woningen), terwijl in Twente/Salland het aantal verkopen met 24% toenam. Ook wordt daar opvallend vaak boven de vraagprijs geboden. “Betaalbare regio’s winnen terrein,” aldus Haak-Bronsema. “Daar zie je dat vraag en dynamiek toenemen.”

Zeeland: duidelijke afkoeling

Zeeland laat een tegengesteld beeld zien. Het aanbod stijgt sterk (+28%), terwijl het aantal transacties daalt en prijzen met 9% teruglopen. “Zeeland is een van de eerste regio’s waar een kopersmarkt ontstaat,” zegt Haak-Bronsema. “Dat komt door een combinatie van afnemende vraag en snel groeiend aanbod, met name in het hogere segment.”

Waddeneilanden: duurder dan ooit

De Waddeneilanden blijven de duurste regio, met een gemiddelde verkoopprijs van €519.000 (+11%). Schaarste en blijvende populariteit houden de prijzen hoog.

Limburg: meeste waar voor je geld

In Limburg krijgen kopers de meeste vierkante meters voor hun geld. De m²-prijs ligt hier gemiddeld op 2.616 euro en is daarmee het laagst van Nederland.

Friese en Overijsselse meren: sterkste prijsstijging

In deze regio stegen de prijzen het hardst (+13%), waarmee het een van de opvallendste groeiregio’s is sinds de coronaperiode.

Brabant: krapste markt

Ondanks meer aanbod blijft Brabant de krapste regio, met de meeste druk op beschikbare woningen.

Vooruitblik: onzeker maar kansrijk

NVM-makelaars beoordelen de verkoopbaarheid van recreatiewoningen in 2025 met een 5,6. Meer dan de helft van hen verwacht voor 2026 een daling van het aantal verkopen. Voor de prijsontwikkeling verwacht een kleine meerderheid van de makelaars dat de gemiddelde verkoopprijzen licht kunnen dalen. Een derde voorziet stabilisering van de prijzen en 11 procent verwacht toch een lichte prijsstijging. “De recreatiemarkt blijft aantrekkelijk, zeker door de groei van het toerisme,” zegt Haak-Bronsema. “Maar het succes zal steeds meer afhangen van locatie, kwaliteit en duidelijk beleid.”