
ESG vast onderdeel van agrarische taxaties
“Sinds een jaar of vier is ESG een onderdeel geworden van de taxatie van een agrarisch bedrijf”, aldus Frans Merkens, NVM Makelaar en Taxateur bij Van den Berk & Kerkhof Makelaars, Taxateurs en Adviseurs.
De E van de milieucomponent Environmental weegt daarbij zwaarder dan de S van de sociale component en de G van Governance, het beheer van een bedrijf, maar de drie kunnen niet los van elkaar beoordeeld worden. “De drie elementen van ESG bepalen samen de toekomstbestendigheid van een bedrijf.”
De vraag om de ESG-componenten mee te nemen bij de taxatie van een bedrijf komt vanuit de financiële sector. “Dit is niet helemaal nieuw”, vertelt Merkens. “De beoordeling van de milieu-impact, de menselijke factor en de onderneming was altijd al onderdeel van een waardebepaling. Nu bevat elk taxatierapport een specifieke paragraaf met in totaal zeventien vragen over de drie componenten.” Merkens vervolgt: “Het ondernemerschap van de eigenaar, die valt onder de G, is cruciaal voor de economische kracht van het bedrijf. Wij zeggen hier altijd: we taxeren de tent en niet de vent, maar de vent bepaalt mede de waarde van de tent. De invloed van de S is afhankelijk van het soort bedrijf. Bij intensieve veehouderij weegt deze bijvoorbeeld zwaarder omdat deze bedrijven over het algemeen veel personeel hebben. Het zijn veelal de elementen die onder de E vallen, die het meest van invloed zijn op de toekomstbestendigheid van een bedrijf. Daarbij hebben we het onder meer over bodemkwaliteit, waterbeschikbaarheid en -kwaliteit, extreemweerbestendigheid of overstromingsgevaar, maar ook over vergunningen zoals de NB-vergunningen in het kader van Wet natuurbescherming (nu: omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit). Ook hierin is onderscheid te maken naar bedrijf. Voor een akkerbouwbedrijf hebben vergunningen minder impact dan voor een bedrijf dat dieren houdt.”
Vergunningen zijn cruciaal
Voor veehouderijbedrijven zijn volgens Merkens de NB-vergunningen cruciaal voor de toekomstige exploitatiemogelijkheden en kunnen daardoor de waarde van het bedrijf beïnvloeden. “De juridische onzekerheid rond de PAS-melders (Programma Aanpak Stikstof) heeft dat effect versterkt”, aldus de taxateur. “Sinds de rechter een streep heeft gezet door de PAS, zien we dat financiers en ondernemers op hun hoede zijn bij de aankoop van veehouderijen. De aanwezigheid – of afwezigheid – van een NB-vergunning bepaalt namelijk niet alleen of een bedrijf kan worden voortgezet, maar ook welke alternatieven zoals een loon- of opslagbedrijf of nieuwbouw realistisch zijn. Deze zijn namelijk sterk locatie afhankelijk: wat staat er aan gebouwen, wat mag er planologisch en wat is de visie van de gemeente?”
Geen aparte rekensom
Hoewel ESG nadrukkelijker wordt meegenomen in de taxatie, is er nog geen één-op-één vertaling naar euro’s. “ESG is geen aparte rekensom in de taxatie,” zegt Merkens. “Maar de beoordeling op deze elementen draagt wel bij aan het risicoprofiel en de toekomstbestendigheid van een bedrijf en dat kan de waarde beïnvloeden.” In zijn dagelijkse praktijk ziet Merkens echter nog geen waardedalingen door de beoordeling op ESG. De reden daarvoor zit volgens hem in de agrarische ondernemer zelf, die volgens hem doorgaans op zijn qui-vive is als het gaat om veranderende wet- en regelgeving in het kader van ESG. “Agrarische ondernemers zijn vaak vooruitstrevend en proberen te voldoen aan de eisen die worden gesteld om hun bedrijf te kunnen voortzetten. Mede daarom zijn grote waardeschokken in het kader van ESG uitgebleven.”