U bent nu hier: Home

Woonbestemming of een zorgbestemming

Goorts + Coppens
12 maart 2021
Woonboerderij 3

Steeds vaker zien we in de praktijk diverse woonzorgconcepten terugkomen bij de invulling van leegstaande agrarische locaties. De woonzorgconcepten zijn vrij divers. Van zorgboerderijen tot begeleid wonen. Een mooie kans voor leegstaande locatie in het buitengebied.

De vraag die in het kader van de herbestemming aan de orde komt is de vraag welke bestemming gehanteerd moet worden. Moet de exploitant een woonbestemming realiseren of moet een maatschappelijke bestemming worden gerealiseerd. De verkeerde keuzes voor de bestemming kunnen een probleem vormen in de planvorming, maar ook in latere handhavingsprocedures.

De keuze: wonen of maatschappelijk

De juiste bestemmingskeuze valt en staat met het zorgconcept waarvoor wordt gekozen. De keuze die noodzakelijk is betreft een keuze tussen een woonbestemming of een maatschappelijke bestemming. Het concrete zorgconcept is hierbij leidend.

De vraag die u of uw opdrachtgever zich moet stellen is de vraag welke activiteit voorop staat. Staat bijvoorbeeld zorg voorop en is wonen slechts bijzaak of is zorg juist ondersteunend aan de woonfunctie? Dit zullen de kernvragen zijn die antwoord verdienen om de juiste keuze te kunnen maken.

En niet geheel onbelangrijk: als de passende bestemming is gevonden bij het beoogde zorgconcept, zijn er nog haken en ogen gelet op regelgeving en beleid. Dat kan ertoe leiden dat er wellicht nog gesleuteld moet worden aan het woonzorgconcept.

Duidelijk toch? Gewoon simpel een keuze maken tussen wonen en maatschappelijk. Zo simpel ligt het niet, want als de zaak voor de rechter komt dan zal de rechter kritisch kijken naar de keuze van de bestemming en in hoeverre die passend wordt gezien bij het zorgconcept. De juiste keuze maken is dus een zaak van grote zorgvuldigheid.[1]

Het omslagpunt

Waar moet u dan naar kijken om een juiste keuze te maken. Helaas blijft het antwoord wel steeds een kwestie van maatwerk en is een eenduidig antwoord moeilijk te geven. Gelukkig biedt de rechtspraak wel enige duidelijkheid waarnaar gekeken moet worden.

De beoordeling van een woonzorgconcept vindt plaats langs de lat van zelfstandige bewoning.[2] Als nagenoeg sprake is van zelfstandige bewoning dan ligt een woonbestemming voor de hand. Dit heeft te maken met de definitie van ‘wonen’ in het bestemmingsplan. Die is breder dan alleen die zelfstandige bewoning door een huisgezin. Onder ‘wonen’ worden ook minder traditionele woonvormen verstaan. Daarbij is de grens dat het wel moet gaan om een vorm waarbij sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning. Is dit niet het geval dan zal een maatschappelijke bestemming meer voor de hand liggen. De Raad van State zal daarom ook steeds kijken naar de invulling van het zorgaspect. Zodra het zorgaspect overheerst zal een maatschappelijke bestemming meer voor de hand liggen.

Zonder te pretenderen dat de onderstaande lijst volledig is, lijken de volgende factoren al dan niet in combinatie bepalend of nagenoeg sprake is van zelfstandig wonen:

  • de aanwezigheid van eigen woonvoorzieningen (een eigen kamer met voordeur);
  • de aanwezigheid van een eigen dagbesteding (eigen baan/hobby’s);
  • de aanwezigheid van ondersteuning welke alleen gericht is op algemene dagelijkse levensbehoeften, en niet op voortdurende zorg;
  • het verblijf geen onderdeel is van een verplicht begeleidings- en behandelingstraject;
  • de medische behandelingen vinden buiten het woonverblijf plaats;
  • de afwezigheid van continu toezicht.

De lastigheid zit in de omstandigheid dat het totaal aan feiten en omstandigheden van belang is om uiteindelijk tot een juiste bepaling te komen van de bestemming. Zoals aangegeven blijft een passende bestemming geven aan een woonzorgconcept maatwerk. Onzeker over de juiste keuze? Vraag dan zeker om juridisch advies. De keuze ‘wonen’ of ‘maatschappelijk’ blijft een juridisch terugkerende vraag in de praktijk.

Relevantie is ruim

Behalve in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan kan de discussie zich ook voordoen op het gebied van handhaving. De uitspraak van de hoogste bestuursrechter op 6 januari 2021[3] illustreert dit goed. Het college van burgemeester en wethouders trad handhavend op bij  een locatie in Arnhem, omdat zij vond dat er sprake was van ‘wonen’, terwijl op de betreffende locatie de bestemming ‘maatschappelijk’ rustte.

De exploitant, de Stichting, bood onderdak aan zeven uit detentie afkomstige personen op grond van een gesloten plaatsingsovereenkomst met de Dienst Justitiële Inrichtingen. Uit de uitspraak kan worden afgeleid dat het college veel waarde hechtte aan het feit dat de bewoners alle woonvoorzieningen hadden. Het doel van het verblijf van de cliënten lag volgens het college en de rechtbank niet primair op behandeling, maar in begeleiding bij het terugkeren in de maatschappij.

De gegeven behandeling voor gedrags- of verslavingsproblemen zag het college samen met de rechtbank als onderschikt. De Raad van State oordeelde anders omdat het gebruik valt onder gezondheids- en welzijnszorg. Het hoofddoel van de plaatsing van de cliënten was gelegen in het herstellen of verbeteren van hun functioneren ten behoeve van hun terugkeer in de maatschappij via intensieve begeleiding en therapie op basis van een behandelplan. Therapeutische behandeling maakte onderdeel uit van het plan op grond waarvan de behandelingen werden gegeven.

De Raad van State vond de omstandigheid dat de cliënten tijdens de behandeling ook in het pand woonden niets afdeed aan het maatschappelijke karakter van de geboden opvang.

Het college had dus niet mogen handhaven aldus de Raad van State. De uitspraak is een goed voorbeeld van een discussie die regelmatig terugkeert, ook dus binnen de handhavingssfeer.

Lessen voor de praktijk/tips voor de praktijk:

  1. De keuze tussen ‘wonen’ of ‘maatschappelijk’ vraagt een concrete toetsing van het concept.
  2. Zorg ervoor dat u bewust bent dat regelgeving en beleid van invloed kan zijn op de ruimte om te mogen omschakelen. Wellicht dat het omzetten naar een maatschappelijke bestemming makkelijker is dan wonen, maar andersom kan natuurlijk ook.
  3. De mate van zelfstandige bewoning is doorslaggevend. Met name de volgende factoren zijn samenvattend van belang:
    1. de intensiteit van eventuele zorg
    2. de continuïteit van zorg en toezicht;
    3. de aanwezigheid van zelfstandige woonvoorzieningen;
    4. de aanwezigheid eigen dagbesteding.
  4. Uiteindelijk zijn het de feiten en omstandigheden samen van het concept die samen bepalen wat de passende bestemming is. Vraag bij twijfel op tijd juridisch advies.
  5. De discussie ‘wonen’ of ‘maatschappelijk’ kan zich ook voordoen in de sfeer van handhaving.

Vragen over herbestemming in het buitengebied? Neem dan gerust contact op met Niels Crooijmans via 06-55506541 of n.crooijmans@gca.nl.

 

[1] Voorbeeld: AbRvS 10 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2337

[2] Voorbeelden: AbRvS 10 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2337; AbRvS 4 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2684; AbRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1356; AbRvS 25 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:936.

[3] AbRvS 6 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:8

Download en lees na