Restschuld; gevolgen voor het functioneren van de woningmarkt
Door de financiële crisis en stagnerende woningmarkt wordt restschuld van huishoudens in toenemende mate als een probleem gezien. De Amsterdam School of Real Estate (ASRE) heeft in opdracht van de NVM een onderzoek uitgevoerd naar restschuld van Nederlandse huishoudens. In het onderzoek staat de omvang van de potentiële restschuld centraal, evenals de gevolgen die deze heeft voor de verhuismogelijkheden van huishoudens.
In Nederland heeft bijna 15% van de eigenaar‐bewoners een potentiële restschuld: het gaat hierbij om ruim een half miljoen huishoudens. Restschuld van een huishouden wordt hierbij gedefinieerd als alle schuld die overblijft na verkoop van de woning (tegen marktwaarde), aflossing van de hypotheek met de opbrengst uit de verkoop en opgebouwd vermogen. De waarde van de woning, de omvang van de hypothecaire schuld en de waarde van het opgebouwde vermogen zijn dus de drie componenten die de omvang van de restschuld bepalen.
Meeste huishoudens geen restschuld
Veruit de meeste huishoudens in Nederland hebben geen restschuld. Uit het onderzoek van ASRE blijkt echter dat bepaalde groepen huishoudens relatief meer met restschuld worden geconfronteerd dan andere.
Met name onder jonge huishoudens en starters is het risico op een restschuld groot. Dit is het resultaat van relatief hoge leningen, weinig of geen ingebracht eigen vermogen, in combinatie met dalende woningprijzen en aflossingsvrije hypotheekvormen.
De omvang van de restschuld bij deze jonge huishoudens is echter gemiddeld genomen minder groot dan bij huishoudens in hogere leeftijdscategorieën; bij eigenaar-bewoners onder 35 jaar is de restschuld circa €26.000, bij de huishoudens boven 35 jaar €33.000.
Ook voor recent verhuisden geldt dat de kans op een restschuld relatief groot is. De hoogte van die schuld verschilt echter niet naar de periode van woningaankoop. Bovendien dient opgemerkt te worden dat er grote regionale verschillen zijn met betrekking tot restschuld.
> Download 'Restschuld in Nederland 2011'