Mooipraterij?
In zijn column van deze week op nvm.nl schrijft SP-Kamerlid Paulus Jansen over makelaarstaal – de zogenaamde vaardigheid van de beroepsgroep om woningen beter voor te doen dan ze zijn. Soms, vindt Jansen, slaat deze mooipraterij door in bedrog. Huisoppervlaktes worden volgens hem bewust te hoog opgegeven, taxaties zijn nattevingerwerk of makelaars “vergeten” te vermelden dat een boerderij is afgetimmerd met asbesthoudende platen.
De columnisten op dit forum mogen schrijven wat ze willen, ook als het enigszins ongenuanceerd is. Maar de klachten van Jansen zijn voor mij een mooie aanleiding om hier te schrijven over de verantwoordelijkheden van de makelaar en de kwaliteitsverbeteringen die de NVM de afgelopen periode heeft doorgevoerd. Want het zijn ouwe koeien die hij uit de sloot haalt.
Te beginnen met het meten van de woonoppervlaktes. In februari vorig jaar besteedde TROS Radar aandacht aan dit onderwerp. Het televisieprogramma van presentatrice Antoinette Hertsenberg toonde met verborgen camera dat makelaars sjoemelden door oppervlaktes naar boven ‘af te ronden’.
Natuurlijk zoomt de camera in op incidenten, en is dit niet de algemene praktijk, maar niettemin heeft de NVM de zaak zeer serieus genomen. In de uitzending heef NVM voorzitter Ger Hukker beterschap beloofd. Meteen daarna heeft de NVM intensief gesproken met haar leden over het branchebrede meetsysteem voor oppervlaktes, NEN 2580. De maanden daarop is door de NVM streng gehandhaafd op dit punt. Dit heeft er ook in geresulteerd dat enkele leden fors zijn beboet volgens onze tuchtrechtprocedure.
De consument heeft echter te allen tijde recht op juiste informatie van de NVM-makelaar. Wij meten niet met twee maten. Wie een klacht heeft, kan contact opnemen met de afdeling Consumentenvoorlichting van de NVM.
Dan de taxatie. Jansen haalt een twee jaar oude reportage van Omroep Gelderland naar voren. De omroep liet vier makelaars, de verkoopprijs van een boerderij bepalen. Het verschil tussen de makelaars bedroeg destijds meer dan 30 procent. Slecht gebruik van de taxatiestandaard, vindt Jansen.
Hierbij is het echter belangrijk om te weten dat er een verschil is tussen een taxatie en een waardebepaling bij verkoop. Bij een taxatie moet een taxateur als een onafhankelijke partij een waarde toekennen aan een object. Bij een waardebepaling bij verkoop adviseert een makelaar over de vraagprijs waarmee een pand in de markt wordt gezet. Hierbij is het de taak van de makelaar om de verkoper te adviseren wat een goede prijs is rekening houdend met de randvoorwaarden zoals de tijd die een verkoper heeft om rustig af te wachten tot het beste bod. In Gelderland was sprake van zo’n waardebepaling, waarbij de makelaars de markt blijkbaar verschillend hebben ingeschat. De boerderij uit de uitzending van Omroep Gelderland is uiteindelijk verkocht voor de hoge vraagprijs.
Dat twee van de makelaars destijds niet vermeld hebben dat er asbesthoudende platen in de boerderij verwerkt zaten, is natuurlijk niet acceptabel. Daarover is geen onduidelijkheid. Wederom wijs ik erop dat wie een klacht heeft, terecht kan bij de NVM.
Overigens kan een verkoper die verborgen verbreken niet vermeldt, aansprakelijk worden gesteld voor de rechter. Het idee dat cruciale informatie, zoals de aanwezigheid van asbest in het dak, zomaar verzwegen kan worden bij een verkoop, is dus absoluut onjuist. Van een NVM-makelaar mag u verwachten dat hij bij beide partijen zorgt voor een eerlijk beeld van de staat van de woning. Daar zijn, zoals VVD-Kamerlid Betty de Boer in haar antwoord op Paulus Jansen terecht stelt, geen nieuwe standaarden voor nodig.
Wat rest is de bredere problematiek dat de NVM natuurlijk niet kan instaan voor de misstanden in de ongeorganiseerde makelaardij en taxatie, die zonder enige vorm van verplichte (permanente) educatie en tuchtrechtelijk toezicht zijn gang kan gaan.
Daan Keij, medewerker Public Affairs bij de NVM