De nieuwe stad
Eigenlijk hebben we de laatste 50 jaar rare steden gemaakt. Onze huizen gebruiken we doordeweeks alleen tot 9 uur ’s ochtend ‘s en na 6 uur ’s avonds. We gaan werken op bedrijventerreinen die om 6 uur weer helemaal leeg zijn.
We staan allemaal tegelijk in de file in de ochtend en de avond, dus zijn de wegen erg stil tussen de drukte in en in het weekend staan we met zijn allen op het sportveld. Langs de snelwegen staan heel grote pakhuizen, waar we spullen in opslaan die nu even niet nodig hebben. Scholen worden alleen overdag gebruikt en winkelen doen we allemaal tegelijk op de zaterdagmiddag, als het dan weer net te druk is voor gezelligheid. Bij de gemeente mag ik alleen tussen 9 en 11 langskomen voor mijn paspoort. Onze auto heeft minimaal vier parkeerplaatsen nodig: thuis, op het werk, bij de winkel en bij de sportclub.
Dat betekent dat je ruimtegebruik vierdubbel op is, voor elk moment van de dag hebben we ergens een stukje ruimte gereserveerd. Van kantoren weet ik bijvoorbeeld dat een gemiddelde werkplek maar 17 procent van de daadwerkelijk beschikbare tijd (dag en nacht) wordt gebruikt. Dat is een investering van 50.000 euro. Zo’n lage benutting accepteer je van geen enkel bedrijfsmiddel en zeker niet voor zo’n hoge investering. We hebben onze steden op basis van morsig ruimtegedrag gebouwd en dat heeft ons veel geld gekost.
Het valt mij op dat we de laatste tien jaar een ander leefpatroon hebben gekregen. We gaan veel minder braaf in files staan (eerst op de site kijken), we communiceren meer per telefoon of email. We zijn efficiënter gaan winkelen, liever een keer de auto inladen bij de Makro dan vijf keer per week naar de supermarkt. Nadat we natuurlijk eerst de website bekeken hebben voor de beste aanbiedingen, of we laten zelfs de boodschappen thuis bezorgen. Dat komt ook omdat we het vaste ritme van werken, thuis zijn en andere activiteiten los laten. Het gaat een beetje door elkaar heen lopen, zodat al die activiteiten beter op elkaar aansluiten. Kenmerken van deze tijd en van de nieuwe stad. De nieuwe stad gaat daardoor veel efficiënter worden dan de stad die we kennen.
De beschikbaarheid van informatie speelt daarbij een belangrijke rol. Door informatie over files, maar ook door het intensieve e-mailverkeer, kunnen we onze dagelijkse activiteiten veel meer op elkaar afstemmen. 'Ik kom wat later' sms je op weg naar een afspraak, zodat de gastheer niet onnodig zit te wachten. Het wordt een soort 'just in time' stad. Hoe deed ik dat vroeger ook al weer, zonder al die hulpmiddelen? Dan schiet me te binnen dat ik in mijn studententijd op vrijdagavond doelloos door Delft heen zwierf om mijn vrienden te vinden, vaak zonder resultaat, terwijl mijn kinderen nu net zo lang met vrienden sms'en tot ze elkaar gevonden hebben.
Dit leidt tot minder ruimtegebruik, ik schat in minimaal 20 tot 30 procent minder. Minder kantoren en winkels, minder wegen, minder bedrijfsruimte. Dat is de slimmere samenleving en ik besef dat we nog even door de zure appel heen moeten bijten en van veel overtollige gebouwen af moeten. Onzichtbare informatiestromen gaan het patroon van de stad dicteren, verhogen de gebruikswaarde van onze gebouwde omgeving en ik vind dat een goede ontwikkeling.
Rudy Stroink is verbonden aan het Utrechtse TCN dat met een portefeuille van 2 miljard euro een van de grootste projectontwikkelaars is van Nederland.