Over makelaars en patjepeeërs
Als makelaar kun je de meest vreemde gevallen op je dak krijgen. Patjepeeërs die je tot op je grondvesten laten trillen als ze je een lompe hand geven of een levensbedreigend schouderklopje.
Aso’s, die net tegenover het door jou te verkopen object wonen, zodat de Funda-man nog wel een optimale 10 voor de fotograag hoek kan kiezen, maar zodra de eerste bezichtiger zich aandient en ziet dat pa Aso –Paso in de buurt genoemd –in z’n hemd met een voorhamer het koperdraad uit een oude wasmachine staat te beuken – wil je als beschaafde verkopend makelaar het liefst op de plek van de oude wasmachine gaan liggen om zo snel mogelijk uit het hier en nu te worden geslagen.
Maar ook lieve sneue types, die je met heel je hart en vakkundigheid wilt helpen, maar die zo door hun fundamenten zijn gezakt, dat je geen idee hebt waar je moet beginnen. Een collega van mij – doorgaans een mooie, intelligente eindredacteur met een aantrekkelijke, sportieve man, twee bloedjes van kinderen en een superhandige elektrische grasmaaier veranderde in zo’n zielig geval. Ze kocht een aantal jaren geleden een schitterend in de Utrechtse bossen gelegen twee-onder-één kap villa met een goed te onderhouden stuk grond en leuke buren. De leuke buren gingen verhuizen.
Ding-dong, daar stonden de nieuwe buren. Hij gedrongen en naar de grond kijkend, 25 kilo te zwaar en langzaam vernield door het leven, zij te vaak geblondeerd. Dat ze er zin in hadden, dat ze niet vaker dan twee keer per week aan openbare vleesverbranding deden (barbeque) en dat ze er over dachten om het huis te onderkelderen. Was dat ook niet wat voor mijn collega en haar aantrekkelijke, sportieve man? Die keken elkaar aan en schudden aarzelend van ‘nee’. Het was al een gigantisch huis, ze hadden al een tophypotheek en ze hadden wel andere dingen aan hun hoofd. ‘Niks aan de hand’, riep de gebochelde buurman: 'Een halve kelder kan ook!'
Hij ging naar de gemeente om een vergunning aan te vragen en ondertussen stak hij zelf alvast – want zoveel schitterende aanvangsenergie moet je natuurlijk niet verloren laten gaan – in de bijkeuken een spade in de grond en begon te graven. Nou zou je er als buitenstaander niks voor geven, maar deze kromme half-Oesbeek bleek een heuse graafmachine. Waarschijnlijk stonden z’n rug en armen in de perfecte schephouding voor lage ruimtes en dag na dag kwam kuub na kuub Utrechtse zandgrond omhoog. Mijn collega en haar wat grijzer wordende man zagen het met lede ogen aan.
Maar het leven ging door en ze negeerden de gravende buurman en ze genoten van hun kant van het huis en de tuin en de kinderen en hun bevoorrechte leven. Toen kwam er post van de gemeente. De vergunning werd niet verstrekt, wegens instabiliteit van de onderbodem en de monumentenstatus van de villa. Mijn collega en haar slecht slapende man haalden opgelucht adem en gingen vroeg naar bed.
Om tien over half 4 die nacht stortte het huis van de buren in. Helemaal. En het huis ernaast bleef staan. Helemaal. De Oeigoer en de geblondeerde stoeipoes waren die nacht niet thuis en ze zijn nooit meer teruggeweest om te kijken of er uit de puinhopen nog iets moois te bouwen viel. Mijn collega bleef achter met een onverzekerde ramp en een man, die het liefst in de kleder ernaast begraven wilde worden.
Wat te leren van dit drama? Koop nooit een twee-onder-één kap huis? Wantrouw alle Osseten? Ik denk het niet. Maar wat een kans is dit voor alle makelaars in de provincie Utrecht – of iedereen daarbuiten die een uitweg ziet – om dit toch nog aan de man te brengen. Mooie, authentieke voormalige twee-onder-één pak woning? Schitterende vrijstaande villa met uitbouw mogelijkheid en historische bouwmaterialen? Bomkrater te koop? Wie het weet is de beste.
Harm Edens is tekstschrijver en tv-presentator