Knusse boerderijtjes en overslaande platen
"Ga nooit in een boerderij wonen", zei een bevriende makelaar ooit tegen mij. "Boerderijen zijn voor boeren. Ze zijn vaak half steens en ze zijn niet warm te stoken."
"Als ik dan in de winter twintig koeien in m’n zithoek zet?", probeerde ik nog. Ze schudde van nee. "Het is er gewoon niet voor bedoeld. Als God had gewild dat je in een boerderij ging wonen, had hij je wel heteroseksueel gemaakt en in plaats van wat geometrische cirkels het telefoonnummer van Yvonne Jaspers in je korenveld achtergelaten."
Makelaars die echt grappig zijn – het is een gevaarlijke combinatie. Ik gaf niet op. "Boerderijen liggen vaak op prachtige plekken met uitzichten om van te dromen en het is één en al rust en ruimte en geen stress en reeën in je tuin.” “Die je hosta’s staan op te vreten ja. En als je zelf geen jachtvergunning hebt kun je niks doen behalve kijken hoe langzaamaan je Intratuin-investering van het afgelopen jaar in dat beest verdwijnt."
Ze had er duidelijk zin in. Ze legde me uit dat de muren van knusse boerderijtjes te laag zijn waardoor er van een mooi uitzicht naar alle kanten geen sprake is. Het enige dat je uit die orginele deel-raampjes ziet is het gras op de grond. Heel leuk voor koeien die binnen staan – die mogen herkauwend kijken naar de snackbar waar ze straks weer in losgelaten worden – heel geestdodend voor mensen die binnen zitten en alleen maar kunnen denken: "Als ik hier nog twee weken langer ga staren naar die achterlijke sprieten, ga ik een poging doen om er zo snel mogelijk onder te liggen."
Een leuk dakraam maken in het dak werkt vaak ook niet, aldus mevrouw de makelaar. Want die daken zijn zo laag en schuin – het enige dat je dan ziet is de lucht. Heel leuk voor koeien die binnen staan en niks denken behalve misschien – "oops wat komt daar omhoog, een prop gras, was die er net ook al niet, nou ja, kauwen maar weer" – heel geestdodend voor mensen die binnen zitten en zich voortdurend realiseren: "Nou woon ik eindelijk buiten en nou kan ik nog steeds maar een piepklein stukje van de lucht zien. Ik heb een boerengevangenis gekocht."
Waarom kon ik haar geen gelijk geven? Waarom kon ik niet zeggen dat haar expertise mij kon verhoeden voor een miskoop? Ergens in mij kleefde er iets heel moois en romantisch aan wonen in een boerderijtje. Waren het de warme beelden in mijn hoofd uit m’n jeugd van idyllisch gerestaureerde Twentse buurtschapjes, met keuterboerderijtjes waar veel antiek in stond en waar open haarden brandden en soms een heel boerderijtje? Zelfs zo’n rokende puinhoop had nog iets authentieks.
Nee, het bleek te gaan om één specifieke herinnering. Om een vriendinnetje uit de derde klas van het VWO, die in een klein wit boerderijtje in Haaksbergen woonde – onder een rieten dak met haar vader de TH-ingenieur, haar moeder de crea-bea-huisvrouw en haar zus met net zo’n hooiberg aan krulhaar op haar hoofd als moeder en zus. Krijgt u een beetje een Kleine-Huis-Op-De-Prairie-dia in uw hoofd? Helemaal goed!
Zo’n 36 jaar geleden kwamen een paar klasgenootjes binnen en moeder schonk een kopje thee met wat goedbedoelde zelfgebakken hompen speculaas erbij met de soortelijke dichtheid van lood. Vader bleek op zolder aan het spelen te zijn met z’n gigantische collectie elektrische treintjes op een zelfgebouwd door elkaar krioelend emplacement met een lengte van 6 keer de Betuwelijn, die toen overigens nog lang niet bestond.
Hij was zo fanatiek dat hij zelfs naar India en Pakistan reisde om locale stoomtreingeluiden op te nemen, die hij vast liet leggen op speciaal voor hem geperste LP’s. Vraag maar aan een oudere collega als je niet weet wat een elpee is. Of een stoomtrein. Of Pakistan. Het dreigde even gezellig te worden bij de thee. Tot vader dreigend naar beneden kwam, omdat er een kras zat op de lp met geluiden uit de provincie Punjab. Wie had dat gedaan? "Maakt dat heel veel uit?", vroeg moeder. Hakkepuf hakkepuf hakkepuf hakkepuf zonder kras klinkt toch ook al alsof de plaat overslaat?”
Bij vader knapte er iets. Alsof een klein mannetje in zijn hoofd iets te hard aan de noodrem had getrokken. Hij schudde een paar keer naar links, kneep met z’n ogen, trok met z’n linker mondhoek en siste: “Jij gunt me gewoon m’n geluk niet.” Moeder had net haar kopje thee leeg, keek hem aan en smeet het kopje zo hard mogelijk naar z’n hoofd. "Wil je ook thee? Hier heb je vast het kopje!"
Vader dook weg en het kopje spatte tegen de muur uit elkaar. Het werd even doodstil. Alle klasgenoten hielden hun adem in. Ik had dit nog nooit meegemaakt. Bij ons thuis was er nooit ruzie. En nooit groot feest. Het was er altijd gelijkmatig hetzelfde. Dit was geweldig! Dit was echt en spontaan en gooi het er maar uit!! Letterlijke en figuurlijk. Ik sprong applaudisserend overeind. En stootte m’n hoofd snoeihard aan een lage boerderijbalk. 36 jaar later had ik het moeten weten. Makelaars hebben altijd gelijk.
Harm Edens is tv-presentator en tekstschrijver.