Een kitchpaleis vol jodelsouvenirs
Misschien wel de meest overspannen woonmarkt van Nederland is de studentenhuisvesting. Toen ik in de jaren 70 ging studeren was het al een puinhoop en moest ik voor een krappe inloopkast met een kierend bovenlicht, verrotte vloerdelen en een inwonende muizenfamilie al 250 gulden betalen. Exclusief.
Want voor de aan een spijker bungelende koolmonoxide geiser en de sputterende potkachel van Pelgrim zonder thermostaat zodat ik toen al eigenhandig een halve graad aan de opwarming van de aarde heb bijgedragen moest ik nog eens 100 gulden bijlappen.
Via via hoorde ik dat er een riante etage aan de Da CostaKade vrijkwam. Drie vierkante meter met dakraam zodat ik uitzicht had op het licht boven de gracht… maar met eigen kookplaat en wc. Op 1-hoog een student theologie, 2 was nog een bouwval, op 3 een studente archeologie en ik op 4. Het leek me wel wat.
Het enige dat ik er voor moest doen was op audiëntie gaan bij de huisbaas… een degelijke ABN Amro-medewerker die bij de reservepolitie zat en op zondag lekepreekte. Veel degelijker werden ze toen niet gemaakt. Hij was ook nog eens homo en ik net uit de kast – de homokast dan, niet die inloopkast waar ik nog woonde – dus dat leek me eigenlijk een extra voordeel. Jaap… ik zal z’n achternaam maar niet noemen want wie weet leeft hij nog en is hij nu een jaar of 123… woonde op de beletage/sousterrein en deed met een grote glimlach en een nog grotere Horst Tappert-bril open.
Dat begon goed. Bliefde ik koffie, dan kon hij dat vers gaan zetten in z’n met nichtenprullaria volgepropte kitchenette. Ketel op het vuur, koffie in de filter en even wachten tot het snerpende fluitsignaal zou waarschuwen dat het opschenken kon beginnen. Wat ik studeerde en of ik aan sport deed, kwam ik vaak laat thuis en had ik lawaaiige vrienden? Ik beantwoorde alle vragen met mijn gebruikelijke woordenvloed en het werd bijna gezellig in dat kitchpaleis vol jodelsouvenirs en wijwaterbakjes. Of ik het uitzicht op de gracht niet geweldig vond?
Ik draaide me om en probeerde door de bruine open-wave vitrage naar buiten te gluren. Lindebomen en woonboten. Idyllisch want net twee maanden voor de Tetterode-krakersrellen. Maar van korte duur. Twee grote handen pakten me van achter vast om m’n borst en trokken me tegen een lichaam aan. Ik verstijfde. Op de gracht trok een vrouw een klein hondje achter zich aan aan een wurgriempje. Ik was jaloers op het hondje.
Vlak onder m’n rechteroor klonk een zware hijgstem. “Van een beetje liefde is nog nooit iemand minder geworden.” Ik haalde diep adem, bleef zo rustig mogelijk en sprak verrassend laag terug: “Jij wel als je me niet heel snel loslaat.” De handen gleden van me af, de koffie werd met zorg opgeschonken en ik kreeg de kamer. Ruim een jaar prima gewoond op een schoorsteenbrand na, waarbij vijf knappe uniformen de voordeur inramden, de muur op 4-hoog open hakten en de kachel van Jaap van de beletage zo in de gracht flikkerden.
Dit jaar hoor ik weer veel ellende van studenten. Oplichters met sleutelgeld, dubbele verhuur en zoveel achterstallig onderhoud dat er nog geen woord voor is. Wat zou het mooi zijn als ik bij Jaap was gekomen met mijn studenten-verhuur-makelaar. Die had dan de ongewenste intimiteit kunnen opvangen en ondertussen de juiste vragen kunnen stellen over schoorsteenvegers en loshangende hijsbalken. En zo was hij onderdeel geweest van een mooi nieuw begin. Zoals elke student zich dat zou wensen. Toen en nu. En op zondag waren we dan samen gaan luisteren naar de preek van Jaap met aan het einde de zegen voor alle mensen en speciaal voor die blonde jongen op 4-hoog. Dat hij maar een mooie toekomst moge krijgen. In een mooi huis.
Amen.
Harm Edens is tekstschrijver en tv-presentator.