Over een kiloknaller en lang vergeten onderkomens
Er zijn in mijn leven huizen, die na jaren ineens terugkeren. Op zich is dat niet uniek, dat hebben meer mensen. Maar dan gaat het vaak om huizen van bewaring of Blijf-van-m’n-lijf-huizen. In mijn geval gaat het om gewone woonhuizen op plekken in Nederland waarvan ik dacht afscheid te hebben genomen.
Maar alsof er hierboven in de vastgoedhemel een alwetende en alles bestierende Oppermakelaar zit die mij zonder dat ik het merk terug voert naar plekken waar ik jarenlang niet ben geweest, sta ik soms oog in oog met lang vergeten onderkomens.
Een voorbeeld. Tijdens mijn studie Nederlands in Groningen had ik een studievriend, die naast z’n studie nog harder studeerde op een schilderes uit Friesland, die op haar beurt veel te stellen had met haar echtgenoot, een schizofrene kunstenaar met het lichaam van een kiloknaller en de ogen van Eucalypta. Een broeierige driehoek, zal ik maar zeggen, waarin een hoop energie opging aan zaken die we ons in deze tijden van crisis niet meer kunnen veroorloven.
Het artistieke echtpaar was vanuit de randstad naar het ongerepte platteland van Friesland getrokken om de naweeën van de jaren ’60 zo lang mogelijk te kunnen blijven voelen en vormde met al die andere creatievelingen een hecht netwerk van schilders, beeldhouwers, performance artists en alle mogelijke andere uitlaatkleppers, die er samen voor zorgden dat het eind jaren zeventig gelukkig niet meer al te ongerept was in hoge noorden.
Op een vrijdagavond schoof ik aan bij een bevriend beeldhouwster in een prachtig Fries huis aan een statige leane met veel rook en berenburg. Het was mijn eerste kennismaking met een modern verbouwd boerenhuis, met grappige trappetjes en doorkijklichtkokers, grijsblauwe kleuren en overal beelden, schilderijen en zeefdrukken. Hip, vrij, een plek waar tijd en wetten niet golden. En waar schizofrenie ongeremd kon worden losgelaten op jonge studenten van net 18, die dachten dat ze wisten hoe de wereld in elkaar zat. Nou, dat was na die avond wel over.
“Weet jij waarom de verkoopsters van de Bijenkorf je altijd behoorlijk lang alleen laten in de paskamers en voor de spiegel?” , vroeg de kiloknaller, terwijl hij schuin over m’n schouder loerde naar een imaginaire Paulus. Ik had geen idee. Dat waren de grote vragen van het leven waar ik nog niet aan was toegekomen. “Dat doen ze expres omdat er microfoontjes zitten ingebouwd in de hangertjes en op die manier kan de centrale directie van de Bijenkorf precies horen wat de klant wel en niet goed vindt.”
Hij haalde z’n neus op met de koninklijke vermoeidheid die ontstaat na jarenlang omgaan met domme onderdanen en ging meteen door met het uitleggen van de wereld. "Weet jij waarom de Bijlmermeer is gebouwd zoals ie is gebouwd? In die zogenaamde losse vorm maar uiteindelijk toch precies in een vierkant? Als je goed naar de plattegrond kijkt zie je dat je met vier tanks de hele wijk strategisch kunt afzetten. Dan kan er geen mens meer in en uit.”
Ik begon me een beetje ongemakkelijk te voelen en de Berenburg en de zwareshagwalm hielpen niet echt mee. “En waarom zouden ze dat willen?” probeerde ik nog. De kiloknaller keek me aan alsof hij me eigenhandig wilde gaan uitbenen. Ik zei dag en ging met de trein naar huis en kon niet meer slapen en las die nacht De Verpletterende Werkelijkheid van Jeroen Brouwers.
M’n leven gaat verder maar ik kijk nooit meer hetzelfde naar de Bijlmer... ik maak nieuwe vrienden en raak sommige oude vrienden kwijt… Ik kom meer aan de weet over schizofrenie en ik spring in de auto om naar de housewarming te gaan van vrienden die uit Dordrecht naar Friesland zijn vertrokken. Zij staat trots voor hun nieuwe mooie huis als ik uitstap en hij houdt het tuinhek voor me open. Dit is het, hun nieuwe stek waar ze gelukkig gaan worden. Ik loop over het pad naar de voordeur en blijf staan. “Wat een mooi klassiek huis. En wat zou het me niet verbazen als het aan de binnenkant hier en daar modern is verbouwd, met grijsblauwe kleuren en trappetjes en doorkijklichtkokers.”
De glimlachen bevriezen, de monden zakken open en ik loop vrolijk naar binnen - meteen door naar de wc die nog op dezelfde plaats zit. Jarenlang ben ik te gast geweest in het mij steeds vertrouwdere en dierbaardere huis – met de oude moerbeien in de tuin – de appelhuisjes, de innige vriendschap.
Tot hij ongeneeslijk ziek wordt en ik nog een paar keer op bezoek kom. En we over alles praten. En hij me uitzwaait, achter het linkerraam. Het is de laatste keer. Het is ons afscheid. We hebben het niet gezegd, maar we weten het allebei. En het huis staat erbij en kijkt erna. Of ik er ooit nog terug kom? Het kan bijna niet anders.
Harm Edens is tekstschrijver en televisiepresentator.