Futiliteitsbouw
Hoeveel kan er misgaan bij nieuwbouw? Sinds eind jaren tachtig weet ik het antwoord op die vraag. Alles.
In 1989 kocht ik m'n eerste huis. Een vreemde ervaring om ruim twee ton te betalen voor een folder en wat goede bedoelingen. Het ging om een appartement op de begane grond in de Entrepothaven van Amsterdam - de eerste fase van de ontwikkeling van de Oostelijke Eilanden.
En alle begin is moeilijk. Oele & Van Beesteren Utiliteitsbouw ging dapper van start. Er werd geheid alsof het ging om een uitloper van de Deltawerken en binnen een paar weken staken de contouren van de twee complexen in palen uit de modder. Binnen een half jaar zouden mijn geliefde en ik daar liggen in ons nieuwe bed, uitkijkend over het lieflijk klotsende water.
Ik heb nog een foto waarop ik staand op een heipaal met m'n beide armen wijd aangeef waar de muren komen. Die muren lieten nog lang op zich wachten. Die avond werden we gebeld door de opzichter - meneer Zaal - dat alle heipalen een halve meter teveel naar links waren geheid. "Is dat heel erg?", hoorde ik mezelf nog vragen. "Als niemand het nameet, valt het vast niet op."
Alle honderdennogwat palen werden bij de grond afgezaagd en het stampfeest kon opnieuw beginnen. Het bleek exemplarisch voor de rest van het proces. Ik zal wat dingetjes noemen. Bij het egaliseren van het tussenterrein werd per ongeluk éénderde van het wortelstelsel van de monumentale honderdenvijf jarige iep afgegraven.
De iep heeft nog gepiept, maar niemand hoorde het. Meneer Zaal zeker niet, terwijl die toch hele grote flaporen had. Boomchirurgen kwamen waterinjecties geven. Aan de boom. Ze hadden misschien beter iets heel diep in meneer Zaal kunnen steken. Anderhalf jaar later bleek een tussenmuur veel te kort voor de keuken die we hadden besteld. We hebben zelf met een potlood op een zondag met koeienletters op de muur gekrast: "Muur 72 centimeter verlengen." Met een pijl in de goeie richting. Dinsdagavond stond er een muur. Dat was de enige opsteker.
De parkeergarage werd een ondergronds zwembad en het sanitair hing scheef. Mijn omgangsvormen verruwden met de dag. Om zoveel mogelijk ellende op tijd te herstellen, klom ik elke dag om 7 uur 's ochtends de gigantische bouwkeet in - werkte me door ruimte na ruimte vol koffiedrinkende bouwvakkers en stoffige kantoortypes die faxmachines stonden te mishandelen heen tot ik helemaal achterin meneer Zaal ontwaarde, die heel iets onderuitzakte als hij mij zag opdoemen uit de rook. "Goedemorgen, meneer Zaal." "Goedemorgen, Harm." "Heeft u er een beetje zin in vandaag?" "Ach, we gaan gewoon door, hè?" "Mag ik u er op wijzen dat ons zwevende toilet nu zo scheef hangt dat het lijkt alsof het ieder moment kan wegvliegen?" "Ik zal er naar kijken." "Dank u - en wel graag vandaag, want als het morgen niet recht hangt dan trek ik uw oren van uw kop."
Die laatste toevoeging bleek steeds goed te werken. Ik heb het nooit in praktijk hoeven brengen. Alleen de gegalvaniseerde balkonhekken zijn er nog doorgeglipt. De beide torens waren bijna klaar - en een vrachtwagen kwam voor de 7 verdiepingen van Toren Eén 21 relinkjes brengen. Een kraan takelde het eerste hekje omhoog en het botste tegen de gevel vlak naast de aanschroefpunten. Het paste niet. Zes centimeter te ruim. De oude tekeningen gebruikt. Maar in gegalvaniseerde in één stuk gegoten hekjes mag je niet zagen, dus de vrachtwagen verdween weer met de 21 hekjes.
Zes weken later kwam ie terug. De hekjes pasten. Weer zes weken later kwam ie met de hekjes voor Toren Twee. Een kraan takelde het eerste hekje omhoog en het botste tegen de gevel vlak naast de aanschroefpunten. Het paste niet. Zes centimeter te ruim. Weer de oude tekeningen gebruikt. De vrachtwagen reed weg en kwam nooit meer terug. Het hekjesbedrijf was failliet. Weer maanden vertraging.
Ik stond op m'n toekomstige terras in de regen. Uit een rondslingerende kartonnen doos scheurde ik een grote F en maakte die in een modderplas nat. Ik liep naar de auto van meneer Zaal en plakte hem erop. Oele & Van Beesteren Futiliteitsbouw.
Harm Edens is televisiepresentator en tekstschrijver.