De Boer versus Jansen over isolatie
Beste Paulus,
Vorige week hebben we onze eerste commissievergadering gehad met de nieuwe minister mevrouw Spies. Haar debuut in onze commissie betrof ook nog eens het Bouwbesluit. Niet het eerste het beste onderwerp, maar een pittige kluif. Alhoewel de SP en de VVD elkaar op dit onderwerp niet veel ontlopen - we willen beide toe naar een versoepeling van de bouwregels - hebben we toch een kwestie over de schilisolatie.
Jij hebt voorgesteld met een motie om de isolatiewaarde te verhogen van 2,5 naar 5 in plaats van 3,5 in het nieuwe Bouwbesluit dat per 1 april aanstaande in werking treedt. Ik heb voorgesteld per motie om te kijken naar nieuwe innovatieve maatregelen als het gaat om energiebesparing. Ik wil me daarbij niet vastleggen op een bepaalde methode. Omdat beide moties zijn aangenomen (!) was de keus aan de minister. Die heeft de gouden middenweg gekozen, en besloten de verhoging van de isolatiewaarde pas over een paar jaar te laten ingaan.
Waarom heb ik jou motie niet gesteund? Terwijl ik wel voor een goede isolatie van de woning ben.
Het Economisch Instituut voor de Bouw heeft in het rapport ‘Bouwen voor kwaliteit’ berekend dat de extra investeringen in de isolatieschil niet opwegen tegen de opbrengsten. Het is dan ook voor de eindgebruiker niet aantrekkelijk om deze investering te doen en die wil ik dan ook niet in het Bouwbesluit dwingend opleggen. De woningen zijn al duur genoeg.
Onder druk wordt echter alles vloeibaar. Met een stijgende energieprijs ben ik er van overtuigd dat uitstel niet hoeft te leiden tot afstel, maar dat over een paar jaar investeringen in een hogere isolatiewaarde van de woning eerder vanzelfsprekend zal zijn.
De bestaande woningmarkt zal nog een inhaalslag moeten maken. Met een stijgende energieprijs - niet iets om na te streven maar helaas een staand feit - zal het ook aantrekkelijker worden om te investeren in bestaande woningen. De bouw zal hier haar innovatieve rol moeten oppakken, en eigen werk moeten genereren. We komen dan vanzelf bij een hogere isolatiewaarde uit.
Groet,
Betty
Dag Betty,
Ik ken het rapport van het Economisch Instituut voor de Bouw ook. De titel ‘Bouwen voor kwaliteit’ dekt de lading helaas niet. Dat komt door de buitengewoon kortzichtige benadering van het EIB.
Ze hebben voor een aantal kwaliteitseisen op het gebied van veiligheid, comfort en duurzaamheid uitgerekend wat de meerkosten zijn en wat de consument er voor over heeft (dat noemt het EIB de ‘baten’). Langs deze lijn redenerend komt het EIB bijvoorbeeld tot de conclusie dat de herinvoering van de verplichte buiten- en bergruimte €11.200 per appartement aan meerkosten oplevert en slechts € 7.300 per appartement aan baten oplevert.
Hoe denk je dat de studeerkamergeleerden vastgesteld hebben? Ondertussen kan iedere Amsterdamse makelaar je vertellen dat appartementen zonder berging en buitenruimte onverkoopbaar zijn. Daarom is de afschaffing (geregeld door VVD-staatssecretaris Remkes) vorig jaar ook teruggedraaid, met steun van de VVD.
Bij de analyse van de kosten/baten van energiemaatregelen gebruikt EIB het energiemodel van SenterNovem (tegenwoordig Agentschap NL), gebaseerd op de contante waarde-methode. Uiteraard is bij zo’n model de invoer van data (meerkosten, rentestand, inflatie, stijging energieprijzen, afschrijftermijn) bepalend voor de uitkomst. De grootste fout die EIB maakt bij de waardering van extra isolatie is de afschrijftermijn: die is voor isolatie gelijk aan de levensduur van het casco (meer dan 75jr), terwijl installaties in die periode 3-4 keer vervangen worden. Het verhogen van de isolatiewaarde van gevel of begane grondvloer ná de bouw kost een vermogen, terwijl je de CV-ketel na 15 jaar simpel kan vervangen door een HR+ ketel.
De koper van een woning heeft geen verstand van dit soort ingewikkelde rekensommen, maar betaalt straks wél de prijs als kortzichtige politici nu hun verantwoordelijkheid niet nemen. Laten we dat daarom wel doen!
Groeten,
Paulus